Ervaringsverslag Suzan Dijkink, Boston MGH

Drie jaar zit je in de collegebanken en probeer je alle feitjes en kennis in je op te nemen die je voorgeschoteld krijgt, want straks ben jij diegene in de witte jas. En dan begin je aan je master en is daar het college ineens:” het college over de coschappen”. Ik weet eigenlijk nog steeds niet of ik de collegezaal verliet met meer of minder vragen. Want, ben ik eigenlijk wel klaar voor de coschappen, wanneer wil ik beginnen of wil ik eerst beginnen met mijn wetenschapsstage. Na lang beraad besluit ik dat ik eerst mijn wetenschapsstage zou gaan doen en hoewel daarover ook nog veel onzeker was stond een ding vast, ik zou die stage in het buitenland doen.

Ik zou nu heel graag een spectaculair verhaal vertellen over hoe ik aan mijn plek in het Massachusetts General Hospital ben terecht gekomen, maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat het vooral goed googelen, veel mailen en geluk was. Gedurende vorige stages was ik er al wel achtergekomen dat het lab niks voor mij was, dus een klinische stage zou het worden en wel in de traumachirurgie. Al speurend over het internet komt ik uit bij de trauma afdeling van het Massachusetts General Hospital/ Harvard Medical School, een grote trauma afdeling waar naast patiëntenzorg ook veel aan research wordt gedaan. Dit was eigenlijk precies wat ik zocht dus ik stuurde Dr. Velmahos, “de Chief” van de afdeling een mailtje en toen was het afwachten het afwachten. Na een paar dagen kreeg ik een mailtje terug dat ze het erg leuk vonden en of ik toevallig mailde naar aanleiding van contact met een andere studente uit Leiden die bij hen meerdere jaren onderzoek heeft gedaan. Als in een bizar toeval, want hoeveel ziekenhuizen zijn er wel niet in de Verenigde Staten, bleek dat er net een studente uit Leiden was gepromoveerd bij hen op de afdeling. Ik ontmoet haar, Gwendolyn van der Wilden, en Prof. Inger Schipper in het LUMC en vanaf dan komt alles in een stroomversnelling. Na haar verblijf in Boston is Gwendolyn in samenwerking met prof. Schipper bezig geweest met het opzetten van een exchange programma tussen het Massachusetts General Hospital en het LUMC om een continue samenwerking te waarborgen. Mijn eigen initiatief om Dr. Velmahos te mailen en het opgezette exchange programma kwamen hierin samen en hierdoor werd ik de eerste student zijn die binnen deze samenwerking een wetenschapsstage gaat doen. Het onderzoeksvoorstel wordt geschreven en herschreven, beursvragen worden ingediend, ik regel huisvesting, maar als je dan je tickets boekt dan ga je echt.

Hoewel dan alle plannen er zijn en de secundaire voorwaarden geregeld zijn, moet er ook een onderzoeksvoorstel komen. Van Dr. Velmahos, Prof. Schipper en Gwendolyn krijg ik de vrijheid om mijn eigen onderzoeksvoorstel te schrijven aan de hand van een aantal vragen die zowel in Leiden als Boston leefden. Alleen het schrijven van dit onderzoeksvoorstel was al een heel leerzaam proces, maar mede dankzij de goede hulp van beide afdelingen lag er uiteindelijk een mooi voorstel. Het doel van mijn studie was kort gezegd het vergelijken van de uitkomsten van polytrauma patiënten binnen deze twee landen en traumasystemen. Hoewel het Nederlandse en het Amerikaanse traumasysteem veel karakteristieken delen, zijn er ook verschillen tussen beide systemen. De hoop is meer inzicht te krijgen in de zorg en uitkomsten van polytrauma patiënten om zo de uitkomsten voor hen te verbeteren en mee te werken aan internationaal geaccepteerde standaarden. Ik zou hiervoor de data in Boston gaan verzamelen en in Nederland zou een andere student de data verzamelen. Een ambitieus project ,maar met de goede begeleiding in Leiden en Boston, goede samenwerking met de andere studenten en mijn motivatie om dit project tot een goed einde te brengen wist ik zeker dat we iets moois en interessants zouden kunnen creëren.

Op 16 juni 2014 is het dan zover, na maanden van voorbereiding stapte ik eindelijk in het vliegtuig, op naar Boston. Na een goede vlucht kwam ik ’s avonds aan op Marion Street, dit zou mijn thuis in Boston worden en zo voelde het ook meteen. Er woonden nog 9 andere Nederlandse studenten en dit gaf meteen een gevoel van echt thuiskomen. Hoewel ik eerst niet zo enthousiast was over het feit dat ik in Amerika met allemaal Nederlanders ging wonen, daarvoor ga je immers niet naar het buitenland, is het me achteraf gezien heel goed bevallen. We wilden allemaal hard werken, maar ook leuke dingen doen en veel van het land zien. Oftewel doordeweeks deden we alsof we ware Bostonians waren, maar in het weekend waren we weer ware toeristen.

Na een paar dagen acclimatiseren en het regelen van een fiets, een must voor elke Nederlander in Boston, begon ik echt aan mijn wetenschapsstage. Vol goede moed en enthousiasme stapte ik om 7 uur ’s ochtends, daar moest ik als avondmens wel even aan wennen, de conferenceroom in om daar dr. Velmahos en zijn team te ontmoeten. Na deze eerste ontmoeting met het “traumateam” en de zeer interessante sign-out rounds wist ik dat het een ontzettend leerzame en leuke periode zou worden. Die ochtend bleek dat ik niet de enige nieuweling op de afdeling was. Ik ontmoette daar ook Elie Ramly en Eva Fuentes, zij waren de nieuwe research fellows op de afdeling, afgestudeerde artsen die een jaar onderzoek doen. Al snel bleek dat zij mijn partners in crime zouden worden. Samen zijn we tegen alle problemen aangelopen, hebben we samen alle problemen van medisch ethische commissies tot badges opgelost, maar zijn we vooral goede vrienden geworden.

Nu terugkijkend op mijn tijd in Boston, kan ik alleen maar zeggen dat het een geweldige, zeer leerzame maar vooral ontzettend inspirerende ervaring is geweest. Het was vaak hard werken, lange dagen maken, maar vooral ook heel veel leren en plezier hebben in wat je doet. Naast dat ik druk was met mijn eigen project ben ik ook betrokken geraakt bij andere projecten met uiteenlopende onderwerpen. Gedurende mijn stageperiode werd mij ook de kans geboden om mee te lopen met de traumachirurgen, elke ochtend bij de sign-out rounds te zijn en de “teaching-moments” van de chirurgen in opleiding bij te wonen. Hoewel ik in het begin van mijn tijd in Boston vaak bij een casus met grote ogen zat te kijken, de helft van de afkortingen niet snapte en diep onder de indruk was van de kennis van iedereen, merkte ik dat naarmate de tijd vorderde ik de afkortingen begon te begrijpen en ik begon mee te denken bij de casussen. Door de afwisseling van onderzoek en praktijk was het nooit saai, maar was elke dag een uitdagende en leerzame ervaring.

stage Research-Fellows

Mijn zes maanden onderzoek doen aan het Massachusetts General Hospital zijn letterlijk voorbij gevlogen. Voordat ik het wist voerde ik de laatste data in voor mijn eigen onderzoek en dat was toch wel een dubbel gevoel. Want hoewel ik heel blij was dat ik alle data had verzameld en ik wist dat ik met een goed gevoel en veel nieuwe ervaring terug zou keren naar Nederland, wist ik heel zeker dat ik deze bijzondere, inspirerende en leerzame omgeving en mensen zou gaan missen. Ik weet heel zeker dat ik als toekomstig arts heel veel kennis heb opgedaan bij dit traumateam die ik nooit meer zal vergeten en altijd mee zal nemen, van anatomische kennis tot hoe om te gaan met de stress bij een trauma. Ik heb in Dr. King en Dr. Velmahos twee mentoren gevonden waarvan ik heel veel heb geleerd en waarvan ik in de toekomst nog heel veel van kan leren. Daarnaast heb ik als persoon nieuwe vrienden voor het leven gevonden, mijzelf beter leren kennen en heb ik misschien mijn passie voor de chirurgie wel gevonden.

Na vier jaar colleges, klinische stages en wetenschapsstages heb ik nog steeds vragen, maar een ding weet ik zeker in de geneeskunde ligt mijn passie. Waar ik ga eindigen weet ik nog niet, maar ik sluit verdere buitenland avonturen niet uit, of zoals een van de artsen in Boston zei: ”You’re now part of the traumafamily, at some point everyone will return to us

Suzan Dijkink